Kunst in het tijdperk van financiële onzekerheid


Kunst in het tijdperk van financiële onzekerheid FRIEZE ART FAIR, 22-10-2008

by KOEN KLEIJN

De kunstmarkt is de kanarie in de kolenmijn van de wereldeconomie. Is de kunstmarkt dus ook in een crisis gestort? Het bruisende leven op de Frieze Art Fair in Londen doet anders vermoeden. De mijn mag dan op instorten staan, de kanarie is nog springlevend.

De Frieze Art Fair in Londen bestaat pas sinds 2002, maar is uitgegroeid tot een van de belangrijkste kunstbeurzen ter wereld. Het centrale evenement vindt plaats in een tent in Regent’s Park van tweehonderdduizend vierkante feet, met 150 exposanten en zo’n duizend kunstenaars. De Frieze gaat inmiddels vergezeld van enkele tientallen kleinere beurzen en tentoonstellingen elders in de stad. Daaronder is de Zoo Art Fair, in de Royal Academy, het meest interessant, omdat daar de galeries en instellingen worden getoond die niet meer dan zes jaar bestaan; ze krijgen minder vierkante meters per stand dan op de Frieze, maar tonen daarom wel gedurfder, kleinschaliger en betaalbaarder werk. Het zijn, al met al, duizelingwekkende hoeveelheden kunst.
De Frieze is vier dagen open voor het gewone publiek, maar op de dag dat dat naar binnen mag, donderdags, heeft voor de serieuze handel de echte slag al plaatsgevonden. Eerst op de tientallen exclusieve openingsfeestjes en vernissages, op dinsdag en woensdag, en zeker op dinsdagmiddag, als tussen elf en één uur de tent alleen openstaat voor de kardinalen van de kunstcurie, de modekoningen, de staalmagnaten, de Holly- en Bollywoodvedetten, de Russische, Chinese en Arabische biljonairs – voorzover er nog biljonairs bestaan, natuurlijk. In dezelfde week publiceert het gezaghebbende tijdschrift ArtReview zijn jaarlijkse top-honderd van movers en shakers in de kunstwereld. Dit jaar voert Damien Hirst de lijst aan, vóór Larry Gagosian, de machtigste galeriehouder ter wereld, en Nicholas Serota, de directeur van Tate Modern. Roman Abramovich en zijn Dasha Zjoekova kwamen met stip binnen op 54, twee plaatsen hoger dan Marlene Dumas, de enige ‘Nederlandse’ op de lijst.
De vraag op ieders lippen is of de markt repercussies zal ondervinden van de financiële crisis. Op het oog niet. Een correctie op de markt is, op zich, niks ongewoons. Twee jaar geleden beleefde Frieze zijn hoogtepunt. Toen waren er hypes volop, toen stonden er tien, vijftien geïnteresseerde kopers klaar voor elk stuk. Toen waren ook de Russen net in Londen gearriveerd, en toen deden de kopers uit Qatar en Abu Dhabi zich voor het eerst gelden.
In 2008 is de populatie galeriehouders in elk geval onverdund. De bulk wordt gevormd door grote Britse, Amerikaanse, Duitse en Zwitserse galeries. De Fransen, Italianen en Brazilianen zijn goed vertegenwoordigd en daarnaast is er een herkenbare aanwezigheid van presentaties uit China, India, Spanje, Ierland, Nederland, België en andere kleinere markten.
De stemming onder de galeristen is kalm en nerveus tegelijk. Men kijkt elkaar aan. Bij Gagosian en The White Cube, de grootste namen in het veld, centraal gepositioneerd in de beurs met grote aantallen vierkante meters, is het als altijd een drukte van belang. Geen spoor van een bloedbad. Men verdringt zich voor de vlinderschilderijen van Hirst en een grote maquette van Jake en Dinos Chapman.
Geen bonfire of the vanities, dus. Maar zoals de bankwereld kampt met vergiftigde producten, zo heeft ook de kunstwereld achter de schermen wel degelijk problemen. Bij de grote veiling van kunstwerken van Damien Hirst, vorige maand bij Sotheby’s, opbrengst zo’n 140 miljoen euro, was te zien dat concurrent Christie’s grote stukken aankocht – waarna werd gezegd dat de grote marktpartijen elkaar bijstonden in het stabiel houden van het prijspeil. Nu kunnen grote galeries best de gevolgen van één slechte beurs opvangen, maar er gingen op de Frieze onheilspellende geruchten rond dat sommige grote galeristen door de tegenvallende verkopen hun gegarandeerde vergoedingen aan kunstenaars niet kunnen nakomen.

De Nederlandse galeriehouders zijn vier in getal: Annet Gelink, Paul Andriesse, Fons Welters en, voor het eerst, Juliette Jongma. Op de Zoo Fair stond ook ZINGERpresents.
Paul Andriesse zegt weinig van een nerveuze stemming te merken: ‘Wat een beetje ontbreekt is de urgentie, die er andere jaren wél was. Toen ging het voor de verzamelaar nog echt om ‘wie er het eerste bij is’. Dat was ook zo in de jaren tachtig, toen was de markt hyper, en toen stond de verzamelaar onder grote druk: snel beslissen. Nu niet. De werken die heel speculatief zijn, en modieus, die lijden nu het ergst, maar dat gaat aan Nederlandse galeries grotendeels voorbij.’
Fons Welters maakt een meer gestresste indruk – maar dat komt door iets anders: zijn stand bevindt zich vlak bij een van de Frieze Projects, door de beurs geëntameerde kunstwerken. In dit geval: Ready Unmade, van Agnieszka Kurant, een project bestaande uit een kooi met drie grote papegaaien, die Kurant voor de gelegenheid heeft leren blaffen. Ready Unmade heet een commentaar te zijn op de dierentuinachtige sfeer van de Frieze zelf; Kurant voorzag ook dat de papegaaien gaandeweg het gebabbel van de bezoekers zouden overnemen. Op donderdag echter krijsen zij alsof het einde der tijden nabij is, en Welters wordt er duidelijk hoorndol van (‘Ze hadden er een luchtbuks bij moeten leveren’). Maar met de zaken, zegt hij, gaat het goed.
Welters: ‘Veel beter dan gedacht. Ik dacht: het wordt helemaal niks, maar het valt mee.’ Welters toont drie sterk verschillende kunstenaars. Vakkundig geschilderde, kleine panelen van Pere Llobera (eerder besproken in De Groene Amsterdammer, 16 mei), een groot conceptueel werk van de Litouwer Zilvinas Landsbergis, die eerder dit jaar op Art Amsterdam de Thieme Art Award won, en een wandsculptuur van de Belg Jan de Cock.
Is dat aanbod aangepast aan de markt?
Welters haalt de schouders op: ‘Wat je moet meenemen blijft altijd fingerspitzengefühl. Ik heb niet meer dan een stuk of zes werken hier, alles zo tussen de tienduizend en dertigduizend dollar, De Cock is het duurste. Dat segment van de markt staat niet zo onder druk als dat wat hip en zeer duur is. Of je verkoopt blijft toeval, afhankelijk van mensen die zomaar binnenlopen, de adviseurs van grote verzamelaars. De Cock heeft volgelingen die hem in de gaten houden; hij heeft al solotentoonstellingen in Tate Modern en MoMA gehad.’
Kunt u zo iemand vasthouden?
Welters lacht. ‘Hij blijft me trouw, ja, omdat ik hem van het begin af aan al steun. ‘Ik ben zijn moeder’, zegt hij altijd.’
Ook Andriesse zegt stug vast te houden aan zijn eigen keuzes: ‘Verzamelen is een beetje hogere wiskunde, het is geen spelletje, het is echt een specialisatie. Omdat de markt zwak is nemen galeries gewoon goeie spullen mee. De minder geïnformeerde, minder geïnteresseerde cliënten weten niet waar ze aan toe zijn, maar de goeie komen een dag of twee later gewoon terug, en kopen dan. Of twee jaar later, dat kan ook: dan zien ze die kunstenaar bij je terug, dan zijn ze blij dat het daar goed mee gaat, dat-ie zich ontwikkelt. Mensen zoeken zekerheden, bevestiging, dat zo’n kunstenaar niet opeens zomaar weg is.’
Op de kleinschaliger Zoo Art Fair is Steven van Grinsven van ZINGERpresents zeer tevreden. Hij heeft van zijn kleine presentatie goed verkocht, ook een kolossaal doek van Markus Vater, maar veel belangrijker is dat Hans-Ulrich Obricht – de belangrijkste curator van de wereld – langskwam en twintig minuten bleef praten, en dat Zingers stalgenoot Nathaniel Mellors te horen kreeg dat hij is geselecteerd voor de Biënnale van Venetië.

Een uitspraak doen over de getoonde kunst zelf, of de grootste gemene deler daarvan, is onzinnig – maar vooruit. De Europese en Amerikaanse galeries concentreren zich op vaste waarden, met een hoge mate van toegankelijkheid en een hoge mate van bling en kleur, geen al te gecompliceerde conceptuele toestanden, niet te veel bloed en dood. Oudere kunstenaars slaan daartussen vaak een opvallend sterk figuur, zoals het integere en gereserveerde werk van de veteranen Ed Ruscha (1937), Joe Tilson (1928) en Richard Hamilton (1922).
De kunstmarkt zélf is ook een onderwerp. Kunstenaars maken grappen over elkaar. De fameuze diamanten schedel van Damien Hirst is her en der te zien, meest prominent in Decadence: The Insufficiency of All Things Unattainable, een enorm Michelangelo-achtig foto-altaarstuk van David LaChapelle, in zijn titel al een sarcastisch commentaar op de nummer 1 van de wereld. Decadence is de apotheose van de slechte smaak, met Paris Hilton als Magdalena en Jeff Koons als Johannes. Ook de Indiase beeldhouwer Subodh Gupta meldt zich met een metershoge blinkende schedel, samengesteld uit Indiaas metalen keukengerei, passend getiteld Mind Shut Down.

Echte politiek, of althans engagement, is ver te zoeken. Er is één afbeelding van Obama, op de Zoo Art Fair. Daar is ook één stilleventje van een koffiemok met ‘Lehman Brothers’ erop. Chinese kunstenaars zijn zeer op hun publiek gericht, en ontwikkelen zich vooral in aaibaarheid. Alleen presentaties uit Brazilië en Argentinië willen nog wel eens brutaal en tegendraads zijn. De aardigste onder hen is de totale puinhoop die heerst op de vierkante meters van Appetite Gallery uit Buenos Aires. Bezoekers laten er hun lege koffiebekers achter – op verzoek van de ‘bewoners’ van de stand. Waar het huishouden ophoudt en de kunstwerken beginnen is volledig onduidelijk. De galeriehoudster, Daniela Luna, dertig jaar, beweegt zich erdoorheen als een puber in haar meisjeskamer. Ze is opgetogen over de aandacht, al heeft ze nog niks verkocht, maar dat heeft ze eerder in Milaan gedaan. Ze is teleurgesteld dat zij en haar vier kunstenaars niet in de stand mochten slapen. Die vermaledijde Britten ook, met hun ‘health and safety regulations’.

=================================================

English (google) translation:

The Frieze Art Fair in London has only existed since 2002 but has grown into one of the most important art fairs in the world. The central event will take place in a tent in Regent’s Park two hundred thousand square feet, with 150 exhibitors and about a thousand artists. The frieze is now accompanied by several dozen smaller fairs and exhibitions elsewhere in the city. Below is the Zoo Art Fair at the Royal Academy, the most interesting, because the galleries and settings are displayed not more than six years, they get less square feet per position on the frieze, but why show it bolder,smaller and more affordable work. They are, after all, staggering amounts of art.
The frieze is four days open to the general public, but on the day that allowed to enter, Thursday, for the serious business of the real battle has already occurred. First on the dozens of exclusive opening parties and previews on Tuesday and Wednesday, especially on Tuesday afternoon, as between eleven and one o’clock the tent open only to the cardinals of the art curia, the fashion kings, steel magnates, the Hollywood and Bollywood celebrities, Russian , Chinese and Arabic biljonairs – where there biljonairs exist, of course. In the same week, the authoritative magazine ArtReview its annual top-hundred of movers and shakers in the art world. This year, Damien Hirst on the list, before Larry Gagosian, the world’s most powerful gallery owner, and Nicholas Serota, the director of Tate Modern. Roman Abramovich and Dasha Zjoekova came with dot inside at 54, two places higher than Marlene Dumas, the only ‘Dutch’ on the list.
The question on everyone’s lips is whether the market will suffer repercussions from the financial crisis. The eye do not. A correction in the market is, in itself, nothing unusual. Two years ago Frieze experienced its peak. Then there were plenty of hype, when there were ten, fifteen interested buyers ready for each piece. When the Russians were just arrived in London, and when did the buyers from Qatar and Abu Dhabi for the first time funds.
In 2008 the population in each case gallery undiluted. The bulk is formed by major British, American, German and Swiss galleries. The French, Italians and Brazilians are well represented and there is also a recognizable presence of presentations from China, India, Spain, Ireland, Netherlands, Belgium and other smaller markets.
The mood of the gallery is calm and nervous at the same time. They look at each other. At The Gagosian and White Cube, the biggest names in the field, centrally positioned in the market with large numbers of square meters, is as always very busy.No trace of a massacre. People huddling for Hirst butterfly paintings and a large model of Jake and Dinos Chapman.
No Bonfire of the Vanities, so. But as the banking industry is struggling with poisoned products, so has the art world behind the scenes indeed problems. The major auction of artworks by Damien Hirst at Sotheby’s last month, yield about 140 million, was to see that rival Christie’s large pieces purchased – and then it was said that the major players stood by each other in keeping the prices stable. Now the best galleries big consequences of poor scholarship received, but went to the Frieze ominous rumors that some large gallery by the disappointing sales of their guaranteed fees to artists can not comply.

The Dutch gallery are four in number: Annet Gelink, Paul Andriesse, Fons Welters and, for the first time, Juliette Jongma. At the Zoo Fair was also Zinger Presents.
Paul Andriesse says little of a nervous mood to note: “What is missing is a bit of urgency, which in other years it was. Then it went for the collector is really ‘who is in the first. That was also the case in the eighties, when the market was hyper, and when the collector was under great pressure to decide quickly. Not now. The works that are very speculative, and fashionable, now suffering the worst, but that goes to Dutch galleries largely over. ”
Fons Welters makes an impression more stressed – but that’s because something else: his position is near one of the Frieze Projects, by the exchange initiated in the art. In this case: Ready Unmade, from Agnieszka Kurant, a project consisting of a cage with three large parrots Kurant for the opportunity to learn to bark. Ready Unmade called a comment on the zoo-like atmosphere of the Frieze itself, Kurant also foresaw that the parrots gradually the gossip from the visitors would take over. On Thursday, however, they scream as if the end times is near, and Welters is clearly hoorndol of (“They had to have an air supply). But with the business, he says, are doing well.
Welters: “Much better than expected. I thought: it is nothing, but it is not too bad. “Welters shows three very different artists. Skillfully painted small panels of Pere Llobera (discussed earlier in De Groene Amsterdammer, May 16), a major conceptual work of the Lithuanian Zilvinas Landsbergis, who earlier this year at Art Amsterdam the Thieme Art Award, and a wall sculpture by the Belgian Jan de Cock.
Is that offer adapted to the market?
Welters shrugs: “What you need to take is always instinct. I have no more than a dozen works here, so anything between ten thousand and thirty thousand dollars, De Cock is the most expensive. That segment of the market is not so suppressed as that hip and very expensive. Whether you are selling remains a coincidence, according to people who just walk in, the advisers of large collectors. The Cock has followers who keep an eye on him and he has solo exhibitions at Tate Modern and MoMA had. ”
Can you hold such a person?
Welters laughs. “He remains faithful to me, yes, because I was from the beginning to all support. “I’m his mother, he always says.”
Also Andriesse says tough to stick to his own choices: “Collecting is a little higher math, it’s not a game, it really is a specialization. Because the market is weak galleries take just good stuff. The less informed and less interested clients do not know where they stand, but the good come a day or two later just go back and buy it. Or two years later, which can also: then they see that artist back to you, then they are glad that the properly deal is that he’s developing. People seek security, confirmation that such an artist not just suddenly gone. ”
On the smaller Zoo Art Fair is Steven Grinsven of Zinger Presents very satisfied. He has his little presentation sold well, a huge canvas by Markus Vater, but more importantly, Hans-Ulrich Obricht – the main curator of the world – came along and twenty minutes kept talking, and Zingers stable mate Nathaniel Mellors was told that he is selected for the Venice Biennale.

A ruling on the displayed art itself, or the greatest common divisor of them, is absurd – but forward. The European and American galleries focus on fixed values, with a high degree of accessibility and a high degree of bling and color, not too complicated conceptual states, not too much blood and death. Older artists often hit between a remarkably strong character, integrity and reserved as the work of the veterans Ed Ruscha (1937), Joe Tilson (1928) and Richard Hamilton (1922).
The art itself is also a topic. Artists make jokes about each other. The famous diamond skull by Damien Hirst is here and to see, most prominently in Decadence: The Insufficiency of All Things Unattainable, a huge Michelangelo-esque photo altarpiece by David LaChapelle, in his title a sarcastic commentary on the No. 1 the world.Decadence is the apotheosis of bad taste, with Paris Hilton as Magdalena and Jeff Koons as John. The Indian sculptor Subodh Gupta registering with a towering glittering skull, composed of Indian metal utensils, appropriate titled Mind Shut Down.

Real politics, or at least commitment is hard to find. There is a picture of Obama at the Zoo Art Fair. There is also a still life of a coffee mug with “Lehman Brothers” on it. Chinese artists are very focused on their audience, and develop especially cuddly. Only presentations from Brazil and Argentina would sometimes be rude and unruly.The nicest of them is the total mess that reigns on the square meters of Appetite Gallery in Buenos Aires. Visitors can leave their empty coffee cups behind – at the request of the ‘inhabitants’ of the state. Where the household ends and the artworks start is completely unclear. The gallery owner, Daniela Luna, thirty years old, moving through it as an adolescent girl in her room. She is excited about the attention, though she still nothing sold, but she has previously done in Milan. She is disappointed that she and her four artists in the state could not sleep. Those Britons also accursed, with their “health and safety regulations.